Gedeeltelijk overzicht van het SBB waaronder caprolactam-, phenol- en ureumfabriek

admin Nieuws

Gedeeltelijk overzicht van het SBB v.l.n.r. de phtaalzuuranhydridefabriek, Caprolactamfabriek, Phenolfabriek en de Ureumfabriek.

Tussen 1951 en 1963 produceerde DSM ftaalzuuranhydride, gemaakt uit een bijproduct van de cokesfabriek, waarnaar na de Tweede Wereldoorlog veel vraag was vanuit de Nederlandse verfindustrie. De technologie voor de fabriek kocht DSM van een Amerikaanse aannemer; DSM wilde zich niet langer beperken tot eigen technologie.

De caprolactamfabriek werd in 1952 opgestart. Daarna werd intensief gewerkt aan verbetering van het productieproces, waarbij met name in de jaren 70 veel aandacht werd besteed aan de reductie van het bijproduct ammoniumsulfaat. Bij de productie van caprolactam kwamen namelijk grote hoeveelheden ammoniumsulfaat vrij, die steeds lastiger konden worden verkocht. Het onderzoek resulteerde in het HPO-proces (hydroxylamine phosfaat oxime). De hoeveelheid ammoniumsulfaat kon drastisch worden gereduceerd. Het onderzoek was al in 1965 begonnen, maar het duurde tot 1977 voordat DSM de HPO-fabriek opstartte. Die tijd was nodig om problemen op te lossen met het chemisch proces, katalysatoren, reactoren en de opschaling.

Ureum en caprolactam zijn voorbeelden van ‘technology push’ en het betreden van snelgroeiende markten. Het onderzoek naar caprolactam had vooral betrekking op het vinden van de beste routes naar eindproducten en/of tussenproducten. De afzet van caprolactam verliep vrijwel geheel via het Nederlandse bedrijf AKU (Algemene Kunstzijde Unie, een voorloper van het huidige AKZO Nobel), waarmee DSM een wederzijds exclusieve afname-overeenkomst had afgesloten.

Ureum wordt gemaakt van kooldioxide en ammoniak. Het is een meststof, die ook kan dienen als grondstof voor kunststoffen en harsen. BASF startte in 1922 de eerste ureumfabriek, bij DSM werd de eerste ureumfabriek pas in 1952 opgestart. Problemen bij de ureumproductie waren corrosie en de grote hoeveelheid afgassen. Het Centraal Laboratorium ontwikkelde op basis van fundamenteel onderzoek een nieuw ureumproces, waarbij beide problemen goeddeels werden verholpen. Toen DSM in 1967 een tweede ureumfabriek in gebruik nam, was het bedrijf wereldwijd technologisch leider op het gebied van ureum. De technologie werd daarna via DSM’s kennisdochter Stamicarbon wereldwijd gelicenceerd (in 2009 werd Stamicarbon verkocht aan Maire Tecnimont).
Het onderzoek naar ureum had vooral betrekking op het vinden van een efficiënt industrieel ontwerp.